Ik doe melding namens mijzelf

Ik doe melding namens mijzelf

Tijdens het invullen van de vragenlijst zult u steeds rechts van het invulveld een blauw vierkantje met een vraagteken tegenkomen. Als u hierop klikt, komt er een voorbeeldantwoord of een verduidelijking van de desbetreffende vraag in beeld. Zo kunt u zien naar welke informatie gevraagd wordt, of hoe u uw antwoord op zou kunnen bouwen. De voorbeeldantwoorden zijn over het algemeen vrij beknopt. Uw eigen antwoord mag echter zo lang en uitgebreid zijn als u zelf wilt. Het helpt de Commissie als u zo precies mogelijk bent. Het is natuurlijk mogelijk dat u niet op alle vragen een antwoord heeft. U kunt dan gewoon ‘onbekend’ of ‘dat weet ik niet (meer)’ invullen. Wanneer u twijfelt over bijvoorbeeld een jaartal of een naam, vragen wij u dit aan te geven door bijvoorbeeld een vraagteken of ‘dit weet ik niet zeker’ achter uw antwoord te zetten. Als u bepaalde vragen niet wilt of kunt beantwoorden, dan hoeft u dit uiteraard ook niet te doen.
  • 1. Algemeen
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8

De commissie vraagt u om onderstaande gegevens zodat zij contact op kan nemen als er nog vragen zijn. Dit gebeurt alleen als u daar toestemming voor geeft.  Onderaan deze pagina wordt u om toestemming gevraagd. De commissie zal altijd op vertrouwelijke wijze met de door u toegezonden informatie omgaan. Uw persoonsgegevens zullen nooit door de commissie naar buiten gebracht worden.

 

U mag de vragenlijst ook anoniem invullen. U zou de commissie echter wel helpen door in ieder geval uw geslacht en geboortedatum te vermelden, maar dit is niet verplicht.


Vul hier het telefoonnummer in waarop u benadert wilt worden.

Vul hier het e-mailadres in waarop u benadert wilt worden.

Met onderstaande vragen wil de commissie informatie inwinnen over de omstandigheden vóór u uit huis geplaatst werd. Als u een vraag niet wilt of kunt beantwoorden, dan hoeft u dit ook niet te doen.

Voorbeeldantwoord: Ik was wees, mijn ouders konden niet voor mij zorgen, er was sprake van geweld in mijn thuissituatie etc.

Voorbeeldantwoord: Ja (evt. naam rechter) | Nee, ik ben door X uit huis geplaatst | Nee, het was een vrijwillige uithuisplaatsing | Weet ik niet (meer)

Voorbeeldantwoord: Ja, hij/zij heette X Hij/zij was van instelling Y | Ja, er was een voogd, maar de naam weet ik niet (meer). Hij/zij werkte voor instelling X | Nee, er was geen voogd | Ik weet het niet (meer)

De volgende vragen over het geweld kunnen als indringend en pijnlijk worden ervaren. Geweld kent vele vormen. Om te achterhalen wat er is gebeurd, is het belangrijk dat er zo veel mogelijk bekend is over de feitelijke handelingen en omstandigheden. Indien u iets niet zeker (meer) weet, vragen wij u dit aan te geven. Sommige kinderen hebben verschillende vormen van geweld meegemaakt. Het helpt de commissie als zij precies weet hoe vaak en in welk(e) instelling(en) en/of pleeggezin(nen) welke vorm van geweld voorkwam. Geeft u dit in uw antwoord alstublieft zo duidelijk mogelijk aan. Indien u het moeilijk vindt om dit allemaal te benoemen, benoemt u dan de vormen van geweld waarvan u vindt dat de Commissie ervan op de hoogte moet zijn. Als u bepaalde vragen niet wilt of kunt beantwoorden, dan hoeft u dit ook niet te doen. Klikt u voor verduidelijking van de vraag en/of voorbeeldantwoorden op het icoontje met het vraagteken. Uiteraard zijn er naast deze voorbeeldantwoorden nog veel meer antwoorden mogelijk. De voorbeeldantwoorden kunnen u een idee geven van naar welke informatie gevraagd wordt.

Voorbeeldantwoord: 1970 - 1972 pleeggezin X in A (plaatsnaam, evt. adres) | 1972 - 1973 kindertehuis Y in B (plaatsnaam, evt. adres) | 1973-1978 pleeggezin Z in C (plaatsnaam, evt. adres)

Voorbeeldantwoord: In pleeggezin Z in C (plaatsnaam, evt. adres) heb ik geen geweld meegemaakt.

Voorbeeldantwoord: Van 1971 tot 1972 in pleeggezin X, van 1972 tot 1973 in kindertehuis Y.

Geef uw leeftijd in jaren. Mocht u dit niet meer precies weten, maak dan een schatting.

Voorbeeldantwoord: Pleeggezin X: geslagen met een pollepel tegen mijn hoofd en rug, mocht maar één keer per week douchen, uitgescholden voor bastaardkind, mocht niet aan tafel mee-eten met het gezin, etc | Kindertehuis Y: opgesloten in de bezemkast, vuistslagen in mijn gezicht gehad, groepsleiding treiterde door je expres te laten struikelen, etc.

Voorbeeldantwoord: Pleeggezin X: meerdere keren per week geslagen. De ene periode dagelijks uitgescholden, soms ook weken niet | Kindertehuis Y: vijf keer opgesloten, wekelijks geslagen, etc.

Voorbeeldantwoord: Pleeggezin X: alleen binnenshuis, voornamelijk overdag, geen specifieke locatie | Kindertehuis Y: zowel binnens- als buitenshuis, vooral in de eetzaal of op de gang, alleen overdag.

Voorbeeldantwoord: Ik zat vaak onder de blauwe plekken, maar hier heeft nooit een arts naar gekeken. De arts in het kindertehuis heeft er nooit opmerking over gemaakt.

Voorbeeldantwoord: Ik was 10 toen het geweld in pleeggezin X stopte en ik was 15 toen het geweld in het kindertehuis Y stopte.

Bijvoorbeeld omdat u verhuisde, omdat de pleger overgeplaatst werd of omdat u er iets van zei, etc.

Voorbeeldantwoord: Pleeggezin X: pleegvader. Kindertehuis Y: groepsleiding en groepsgenoten

Voorbeeldantwoord: Pleeggezin X: mijn pleegvader heette... Kindertehuis Y: de groepsleiders die het geweld pleegden heetten... De namen van mijn groepsgenoten weet ik niet meer.

Voorbeeldantwoord: Pleeggezin X: mijn pleegvader was (ongeveer) ... jaar oud. Kindertehuis Y: de groepsleiders die het geweld pleegden waren (ongeveer) ... jaar oud.

Voorbeeldantwoord: Pleeggezin X: ja, pleegmoeder was getuige van het slaan. Kindertehuis Y: nee, er waren geen getuigen van het seksueel misbruik.

Voorbeeldantwoord: Pleeggezin X: bijna altijd. Kindertehuis Y: nooit

Voorbeeldantwoord: Pleeggezin X: nee, ik was het enige kind in het pleeggezin. Kindertehuis Y: vermoedelijk wel. Ik heb nooit iets gezien en we spraken er onderling ook niet over, maar ik heb altijd het gevoel gehad dat ik niet de enige was.

De commissie heeft als opdracht na te gaan of leidinggevenden en/of toezichthouders op de hoogte waren van het geweld en zo ja, hoe ze daar vervolgens mee om zijn gegaan. Met de beantwoording van de volgende vragen wordt duidelijk in hoeverre leidinggevenden en/of toezichthouders alert waren en ingrepen bij het geweld.

Noem, indien van toepassing, de naam en functie van de pers(o)on(en) aan wie u het gemeld/verteld heeft.

Bijvoorbeeld omdat de directie/leiding zelf pleger was, omdat u niet durfde, omdat u uw voogd nooit onder vier ogen kon spreken, omdat u dacht/wist dat u niet geloofd zou worden, omdat u bang was voor represailles, omdat dit nooit bij u opgekomen was, etc.

Werd u geloofd, werd er iemand boos, voelde u zich gesteund?

Bijvoorbeeld: er werd niets mee gedaan, de pleger werd overgeplaatst, mij werd verteld dat ik mijn mond moest houden, ik kreeg een draai om mijn oren en ik werd zonder eten naar bed gestuurd, etc.

Noem, indien van toepassing, de naam van de degene die het meldde/vertelde en de naam/functie van degene aan wie het gemeld/verteld werd. Bijvoorbeeld: ‘Mijn vriend Doris vertelde het aan de directeur van de instelling’.

Zo ja, noem de instelling waar u een klacht heeft ingediend en wat er met uw klacht gebeurd is.

Bijvoorbeeld aan uw moeder/vader, opa/oma, broer/zus, etc.

Bijvoorbeeld omdat er geen contact (mogelijk) was, omdat u dat als kind niet durfde, omdat u hen er niet mee wilde belasten, omdat u verwachtte niet geloofd te worden of omdat u nog meer klappen verwachtte, etc.

Geloofde men u, werd er actie ondernomen?

Beschrijf hier de gevolgen die u heeft ondervonden. Dit kunnen gevolgen op geestelijk/lichamelijk/sociaal, etc. gebied zijn. Ook als u op een bepaald gebied géén gevolgen heeft ervaren kunt u dit hier vermelden.

Noem, indien van toepassing, de instantie(s) waar en wanneer u dit deed.

Geef, indien van toepassing, per hulpverlenende instantie aan of u er tevreden over bent. Geef ook aan waarom u (on)tevreden bent over de geboden hulpverlening.

Geef, indien van toepassing, aan wat voor hulp u had willen krijgen.

Bijvoorbeeld: ik werk als leerkracht op een basisschool, ik woon samen en heb een zoon, ik wandel graag etc.

Wat was uw persoonlijke motivatie om uw verhaal te doen?

Ook als u informatie wilt delen die niet op een andere plek in de vragenlijst past, dan kunt u die hier kwijt. Ook suggesties of aanbevelingen aan de commissie kunt u hier kwijt.