Ik doe melding voor iemand anders

Ik doe melding voor iemand anders

Tijdens het invullen van de vragenlijst zult u steeds rechts van het invulveld een blauw vierkantje met een vraagteken tegenkomen. Als u hierop klikt, komt er een voorbeeldantwoord of een verduidelijking van de desbetreffende vraag in beeld. Zo kunt u zien naar welke informatie gevraagd wordt, of hoe u uw antwoord op zou kunnen bouwen. De voorbeeldantwoorden zijn over het algemeen vrij beknopt. Uw eigen antwoord mag echter zo lang en uitgebreid zijn als u zelf wilt. Het helpt de Commissie als u zo precies mogelijk bent. Het is natuurlijk mogelijk dat u niet op alle vragen een antwoord heeft. U kunt dan gewoon ‘onbekend’ of ‘dat weet ik niet (meer)’ invullen. Wanneer u twijfelt over bijvoorbeeld een jaartal of een naam, vragen wij u dit aan te geven door bijvoorbeeld een vraagteken of ‘dit weet ik niet zeker’ achter uw antwoord te zetten. Als u bepaalde vragen niet wilt of kunt beantwoorden, dan hoeft u dit uiteraard ook niet te doen.
  • 1. Uw contactgegevens
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9

De commissie vraagt u om onderstaande gegevens zodat zij contact op kan nemen als er nog vragen zijn. Dit gebeurt alleen als u daar toestemming voor geeft. Onderaan deze pagina wordt u om toestemming gevraagd. De commissie zal altijd op vertrouwelijke wijze met de door u toegezonden informatie omgaan. Uw persoonsgegevens zullen nooit door de commissie naar buiten gebracht worden.

 

 

U mag de vragenlijst ook anoniem invullen. U zou de commissie echter wel helpen door in ieder geval het geslacht en de geboortedatum te vermelden van u en degene voor wie u melding doet, maar dit is niet verplicht.



Met de vragen over de instelling en het pleeggezin wil de commissie informatie inwinnen over de situatie(s) waarin het geweld voorkwam.

Voorbeeldantwoord: De ouders van Jan konden door psychische problemen niet voor hem zorgen (vader was schizofreen, moeder depressief).

Voorbeeldantwoord: Ja (eventueel naam rechter) | Nee, hij/zij werd niet door een (kinder)rechter uit huis geplaatst, maar door ... | Nee, het was een vrijwillige plaatsing | Onbekend/Weet ik niet

Voorbeeldantwoord: Ja, van januari 1970 tot juli 1976 voogd X, daarna tot dec 1980 voogd Y. Beide voogdes (XY) werkten bij instelling Z.

De volgende vragen over het geweld kunnen als indringend en pijnlijk worden ervaren. Geweld kent vele vormen. Om te achterhalen wat er is gebeurd in zijn/haar situatie, is het belangrijk dat er zo veel mogelijk bekend is over de feitelijke handelingen en omstandigheden. Indien u niet zeker weet wat er precies is gebeurd, vragen wij u dit aan te geven. Sommige kinderen hebben verschillende vormen van geweld meegemaakt. Het helpt de Commissie als zij precies weet hoe vaak en in welk(e) instelling(en) en/of pleeggezin(nen) elke vorm van geweld voorkwam. Geeft u dit in uw antwoord alstublieft zo duidelijk mogelijk aan. Indien u het moeilijk vindt om dit allemaal te benoemen, benoemt u dan de vormen van geweld waarvan u vindt dat de Commissie ervan op de hoogte moet zijn. Als u bepaalde vragen niet wilt of kunt beantwoorden, dan hoeft u dit ook niet te doen. Klikt u voor verduidelijking van de vraag en/of voorbeeldantwoorden op het icoon met het vraagteken. Uiteraard zijn er naast deze voorbeeldantwoorden nog veel meer antwoorden mogelijk. De voorbeeldantwoorden kunnen u een idee geven naar het soort antwoord waar de commissie naar op zoek is.

Voorbeeldantwoord: Januari 1970 - december 1972 pleeggezin X in A (plaatsnaam, evt. adres) | Januari 1972 - juni 1978 kindertehuis Y in B (plaatsnaam, evt. adres) | juli 1978 - december 1987 pleeggezin Z in C (plaatsnaam, evt. adres)

Voorbeeldantwoord:. Ja, in pleeggezin Z in C heeft Jan geen geweld meegemaakt

Voorbeeldantwoord: Van 1971 tot januari 1972 in pleegezin X | Van januari 1972 tot juni 1978 in kindertehuis Y (indien u dit niet precies weet, geef dan een schatting)

Voorbeeldantwoord: Jan was 4 jaar (indien u dit niet precies weet, maak dan een schatting)

Voorbeeldantwoord: Pleeggezin X: Jan is geslagen met een riem, van de trap geduwd, mocht doordeweeks niet douchen, werd uitgescholden voor ‘debiel’, etc. | Kindertehuis Y: Jan werd opgesloten in de schuur, hij werd geslagen, etc.

Voorbeeldantwoord: Pleeggezin X: meerdere keren per week geslagen. De ene periode dagelijks uitgescholden, soms ook weken niet. Kindertehuis Y: vijf keer opgesloten, wekelijks geslagen, etc.

Voorbeeldantwoord: Pleeggezin X: alleen binnenshuis, voornamelijk overdag, geen specifieke locatie. | Kindertehuis Y: zowel binnens- als buitenshuis, vooral in de eetzaal of op de gang, alleen overdag.

Voorbeeldantwoord: Jan zat vaak onder de blauwe plekken, maar hier heeft nooit een arts naar gekeken. De arts in het kindertehuis heeft er nooit een opmerking over gemaakt.

Voorbeeldantwoord: Jan was 12 jaar (indien u dit niet precies weet, geef dan een schatting).

Voorbeeldantwoord: In 1978 werd Jan overgeplaatst naar een pleeggezin, de reden is mij onbekend.

Voorbeeldantwoord: In pleeggezin X: pleegvader en pleegmoeder. In instelling Y: groepsleiders en groepsgenoten.

Voorbeeldantwoord: Pleeggezin X: pleegouders heetten... Kindertehuis Y: de groepsleiders die het geweld pleegden heetten... De namen van de groepsgenoten weet ik niet meer.

Voorbeeldantwoord: Pleeggezin X: pleegmoeder was bij aankomst 35 jaar, pleegvader was toen 40 jaar. Kindertehuis Y: de groepsleiders waren tussen de 30 en de 40 jaar. De groepsgenoten waren even oud als Jan.

Voorbeeldantwoord: Pleeggezin X: nee, niemand heeft ooit iets gezien, daar zorgden de pleegouders wel voor. Kindertehuis Y: Ja, groepsgenoten en groepsleiding waren vrijwel altijd getuige.

Voorbeeldantwoord: Pleeggezin X: niet van toepassing. Kindertehuis Y: vrijwel altijd

Voorbeeldantwoord: Pleeggezin X: nee, want Jan was het enige kind in dat gezin. Kindertehuis Y: alle kinderen werden hetzelfde als Jan behandeld.

De commissie heeft als opdracht na te gaan of leidinggevenden en/of toezichthouders op de hoogte waren van het geweld en zo ja, hoe ze daar vervolgens mee om zijn gegaan. Met de beantwoording van de volgende vragen wordt duidelijk in hoeverre leidinggevenden alert waren en ingrepen bij geweld.

Voorbeeldantwoord: Ja, Jan heeft aan zijn eerste voogd verteld dat hij geslagen werd (Noem, voor zover bekend, de functie van de persoon aan wie het gemeld is).

Voorbeeldantwoord: Jan durfde niet, wist niet dat dit mogelijk was, directeur was één van de plegers, ik weet niet waarom hij/zij niet gemeld.

Voorbeeldantwoord: De voogd vroeg aan pleegvader of dit waar was. Pleegvader zei dat Jan loog, en daarmee was voor de voogd de kous af.

Voorbeeldantwoord: Niets, de voogd dacht dat Jan loog.

Voorbeeldantwoord: Ja, Doris (een vriend van Jan) heeft het gemeld aan de directeur van de instelling. | Nee | Dat weet ik niet.

Voorbeeldantwoord: Ja, Jan heeft in 1992 een klacht ingediend bij Pro Juventute over zijn voogd. De voogd heeft een waarschuwing gekregen.

Voorbeeldantwoord: Ja, Jan heeft het één keer aan zijn oma verteld.

Voorbeeldantwoord: Nee, Jan durfde het niet te vertellen, wilde zijn familie er niet mee belasten, was bang om straf te krijgen, etc.

Voorbeeldantwoord: Oma geloofde Jan wel, maar zij kon hem niet helpen. Zij raadde hem aan zo stil en gehoorzaam mogelijk te zijn.

Ook als hij/zij geen gevolgen heeft ervaren, kunt u dit hier vermelden. Voorbeeldantwoord: Jan heeft slaapproblemen en hij heeft moeite met het vertrouwen van andere mensen.

Voorbeeldantwoord: Ja, bij psycholoog X van instantie Y. Nee, Jan vertrouwde hulpverleners niet.

Geef, indien van toepassing, per hulpverlenende instantie aan of hij/zij tevreden er tevreden over is/was. Geef ook aan waarom hij/zij tevreden is/was over de geboden hulpverlening.

Geef, indien van toepassing, aan wat voor hulp hij/zij had willen krijgen.

Voorbeeldantwoord: Jan is getrouwd, hij heeft (bewust) geen kinderen. Hij werkt als vrachtwagenchauffeur en maakt graag lange wandelingen in de natuur. Hij heeft slaapproblemen en slikt hier medicatie voor.

U kunt hier zowel uw persoonlijke motivatie, als de motivatie van degene namens wie u melding doet vermelden (indien van toepassing).

Indien u informatie wilt delen die niet op een andere plek in de vragenlijst past, dan kunt u die hier kwijt.