Vooronderzoek

Deze hoofdrubriek bevat 5 rubrieken:

Vooronderzoek

De commissie heeft in de periode van juli 2015 tot mei 2016 een vooronderzoek uitgevoerd naar de haalbaarheid van onderzoek naar (fysiek en psychisch) geweld jegens minderjarigen die tussen 1945 en heden onder verantwoordelijkheid van de overheid zijn geplaatst in (rijks)instellingen en in pleeggezinnen.

Vooronderzoek

Op 13 juli 2015 heeft het kabinet de Commissie Vooronderzoek naar geweld in de Jeugdzorg ingesteld om te bezien of onderzoek naar geweld in de jeugdzorg in de periode 1945 tot heden mogelijk is. De doelgroep van het vooronderzoek waren uithuisgeplaatste minderjarigen in de residentiële jeugdzorg, de pleegzorg, de justitiële jeugdinrichtingen en de instellingen voor kinderen met een licht verstandelijke beperking (LVB). Op 17 mei 2016 heeft de commissie de resultaten van dit vooronderzoek aangeboden aan minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie) en staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport).

Het vooronderzoek bestond uit verschillende deelstudies. Er is onderzoek gedaan naar de vraag hoe veranderingen in cultuur en samenleving de omgang met uithuisgeplaatste minderjarigen hebben beïnvloed, naar de beschikbaarheid en kwaliteit van archieven, hoe de juridische kaders met betrekking tot geweld in de opvoeding zich hebben ontwikkeld, en hoe de problematiek van geweld in de jeugdzorg in vergelijkbare landen is opgepakt.


Daarnaast zijn er deelstudies uitgevoerd naar de de binnen het vooronderzoek vallende sectoren van de jeugdzorg. Daarin is onder meer aandacht besteed aan signalen van geweld en de aard van dat geweld, aan de kwaliteit van opleidingen en aan de ontwikkeling van het toezicht. Tevens zijn methodologische deelstudies verricht naar de mogelijkheden van prevalentieonderzoek en naar de bruikbaarheid van oral history. Ook heeft de commissie literatuuronderzoek laten uitvoeren naar de latere gevolgen van vroegkinderlijk geweld. Ten slotte heeft de commissie ter illustratie een aantal levensverhalen laten optekenen van slachtoffers die in hun jeugd met de betreffende problematiek te maken hebben gehad.

Kabinetsreactie

Op 17 mei 2016 gaven minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie) en staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) hun reactie op de conclusies van het vooronderzoek aan de Tweede Kamer. Lees hier de kabinetsreactie:

Aanvullend vooronderzoek

Bij brief van 7 november 2016 heeft het kabinet gereageerd op de uitkomsten van het vooronderzoek en de definitieve opdracht voor het hoofdonderzoek van de commissie geformuleerd. Het kabinet verzoekt in deze brief tevens om het onderzoek uit te breiden naar de jeugd GGZ, een afgebakende groep internaten voor doven en blinden waarover tijdens het vooronderzoek meldingen zijn ontvangen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’ers). Dit verzoek heeft de commissie opgepakt. Er zijn meerdere onderzoekers ingezet om deze aanvulling op het eerder opgeleverde vooronderzoek te realiseren. Het beeld van de drie aanvullende vooronderzoeken wijkt niet af van de eerder uitgevoerde vooronderzoeken: onderzoek naar geweld in de sector jeugd GGZ, de doven- en blindeninternaten en de opvang voor AMV’s is haalbaar en ook gewenst.
Rechts op deze pagina vindt u het rapport van het aanvullend vooronderzoek.