Aanvullend vooronderzoek

Deze hoofdrubriek bevat 4 rubrieken:

Aanvullend vooronderzoek

Op 13 juli 2015 heeft het kabinet de Commissie Vooronderzoek naar geweld in de Jeugdzorg ingesteld om te bezien of onderzoek naar geweld in de jeugdzorg in de periode 1945 tot heden mogelijk is. De doelgroep van het vooronderzoek waren uithuisgeplaatste minderjarigen in de residentiële jeugdzorg, de pleegzorg, de justitiële jeugdinrichtingen en de instellingen voor kinderen met een licht verstandelijke beperking (LVB). Op 17 mei 2016 heeft de commissie de resultaten van dit vooronderzoek aangeboden aan minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie) en staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport).

Bij brief van 7 november 2016 heeft het kabinet gereageerd op de uitkomsten van het vooronderzoek en de definitieve opdracht voor het hoofdonderzoek van de commissie geformuleerd. Het kabinet verzoekt in deze brief tevens om het onderzoek uit te breiden naar de jeugd GGZ, een afgebakende groep internaten voor doven en blinden waarover tijdens het vooronderzoek signalen zijn ontvangen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’ers).

Dit verzoek heeft de commissie opgepakt. Er zijn meerdere onderzoekers ingezet om deze wezenlijke aanvulling op het eerder opgeleverde vooronderzoek te realiseren. Het beeld van de drie nieuwe vooronderzoeken wijkt niet af van de eerder uitgevoerde vooronderzoeken: onderzoek naar geweld in de sector jeugd GGZ, de doven- en blindeninternaten en de opvang voor AMV’ers is haalbaar en ook gewenst.

De commissie is de betreffende onderzoekers erkentelijk dat zij in korte tijd hun vooronderzoek hebben opgeleverd. De drie onderzoeken zijn begeleid door een begeleidingscommissie waarin steeds tenminste twee leden van de commissie zitting hadden.

Hieronder vindt u het aanvullend vooronderzoek.